Bacongo Limburg Podcast

Een podcast-reeks van Erfgoedcel Mijn-Erfgoed


75 jaar lang was Congo een Belgische kolonie. Audiomaker Eva Droogmans probeert dat turbulente verleden te reconstrueren aan de hand van de herinneringen van Limburgse kolonisten en uitgeweken Congolezen. Ze leggen elk vanuit hun eigen ervaringen een stukje van de puzzel. Vanaf 24 april laten we iedere week een nieuw verhaal op je los met de podcast “Bacongo Limburg” via je favoriete podcast-app! Maak alvast kennis met enkele getuigen...

Carousel imageCarousel image


"Geschiedenis is nooit af. Geschiedenis wordt continue herschreven. Geschiedenis is een voortschrijdend inzicht."

Historicus Tom Kenis heeft een achtergrond in Islamstudies en Internationale Betrekkingen. Hij woonde en werkte vier jaar in het Midden-Oosten en in Berlijn. Vandaag werkt hij als schrijver, publicist en vertaler in Brussel. In 2020 kreeg hij van Het Stadsmus de opdracht als curator voor de tentoonstelling 'Bacongo Limburg'. Een jaar lang dook hij onder in Belgisch Congo, interviewde Limburgers die het land mee koloniseerden, en Congolezen die hun weg vonden naar Limburg.


(c) Boumediene Belbachir


Limburgers in Congo en Congolezen in Limburg

Paula Thoelen

“Wat een schone tijd was dat toch. Ook al waren de kinderen veel ziek en kregen we malaria. Ge zijt jong en ge past u aan.”

Paula woonde van 1951 tot 1960 in het noorden van Congo, in Ango. Haar man was er gewestbeheerder en was vaak van huis. Paula runde intussen het huishouden met vier kleine kinderen. In 1960 zijn ze moeten vluchten omdat het er te onveilig werd. Maar ze kijkt met heimwee terug op die periode.

Lucien Bertens

Ik werd als 2-jarige bij mijn moeder weggenomen.

Lucien wordt in 1953 geboren in een klein vissersdorpje in het zuiden van Congo als kind van een blanke koloniaal en een zwarte moeder. Zijn vader deed er in opdracht van de Belgische staat onderzoek naar tropische ziekten zoals malaria. Zijn moeder was de dochter van het lokale dorpshoofd. Luciens vader wil voor zijn zoon een toekomst in België en neemt hem weg bij zijn moeder als Lucien twee jaar oud is. Pas op zijn 45ste slaagt Lucien erin zijn biologische moeder terug te vinden.

Edgard Tresinie

“We waren totaal niet voorbereid. En in het leger stelde ge ook geen vragen he. Ge luisterde naar wat er u werd gezegd.”

Edgard was paracommando in 1960 en vertrekt in het voorjaar naar Congo, Kamina, om er zijn legerdienst te doen. Als jongen van 18 jaar was hij niet op de hoogte van de politieke situatie of van de onrust. Hij deed er vooral bewakingsopdrachten in de buurt van de legerbasis. Echt gevaarlijke situaties heeft hij er gelukkig niet meegemaakt. Eind augustus, begin september 1960 moet Edgard samen met zijn compagnie het land verlaten.

Jef Bijnens

“Ik wilde hen helpen om voor zichzelf en voor hun familie te kunnen zorgen.”

Jef Bijnens uit Genk (81 jaar) vertrok in 1962 met zijn vrouw naar Congo (Matadi) om er les te geven aan een grote landbouwschool. Hij gaf er onder meer aardrijkskunde, economie, Frans en Engels. Eigenlijk was hij opgeleid tot gewestbeheerder, maar toen Jef zijn diploma op zak had, was Congo onafhankelijk geworden. Per toeval kwam hij in contact met de Broeders van de Christelijke scholen in Brussel. Van hen mocht hij meteen les gaan geven in hun vestiging in het Congolese Matadi.


Michel Punga

“Het systeem was zo corrupt dat je er niet naast kon kijken.”

Michel Punga wordt geboren in Likasi en groeit op in Elisabethville in de provincie Katanga. Zijn ouders zijn evolués: Congolezen die volgens de kolonisator een bepaalde levensstandaard hebben bereikt en daardoor leidinggevende functies krijgen in de kolonie. Michel volgt een opleiding tot priester en wil graag naar de universiteit. De broeders Salesianen beslissen daar echter anders over. Volgens hen heeft Michel voetbaltalent en daarom sturen ze hem naar Patro Eisden. Maar echt welkom voelt Michel zich niet.


Jan Remans

"In Congo heb ik het leven leren appreciëren zoals het is."

Jan Remans uit Genk (82 jaar) deed in 1963/1964 stage als geneeskundestudent aan de (toen enige) universiteit in Congo, namelijk Lovanium in Leopoldville (nu Kinshasa). De universitaire campus lag op een berg. Meer dan werken, studeren en slapen kon je daar niet doen. Er was werk genoeg. Soms was het zelfs bandwerk, zeker als het bevallingen betrof. Jan en zijn collega's kregen ook vaak patiënten binnen met darminfecties (door de slechte voeding) en met de slaapziekte. Af en toe daalden ze de berg af en deden ze mee aan dansfeesten van de lokale inwoners.

Zuster Dorothée

“Als ik kon, zou ik morgen terug gaan.”

Zuster Dorothée (83 jaar) vertrok in juni 1964 naar een missiepost in Dakwa, in het noorden van Congo. Ze zou er mee gaan draaien in het huishouden en daarnaast ook zieken verzorgen. Ze werd er warm onthaald door de lokale bevolking en de eerste maanden verliepen goed. Maar eind augustus vielen Simbarebellen hun post binnen. Eerst bleef het bij kleine plagerijen maar die werden erger en mondden uit in een regelrechte gijzeling. Zuster Dorothée kon uiteindelijk gered worden maar voor enkele andere geestelijken liep het minder goed af. Desondanks zou ze morgen terug gaan als ze kans kreeg.


De podcast “Bacongo Limburg” werd gemaakt door audiomaker Eva Droogmans op vraag van Erfgoedcel Mijn-Erfgoed met getuigenissen uit de Mijnstreek.

Toch nog vragen?

Wil je meer weten over de podcast? Zit je met een vraag?